|
Zorgbeleid

ZORGBREEDTE
1. Uitgangspunt van het
zorgbeleid vanuit het decreet
In elke
school zijn er kinderen die extra aandacht vragen, om welke
reden dan ook. Deze kinderen stellen heel uitdrukkelijk de
school voor de uitdaging om te differentiëren, dit wil zeggen
het aanbod van de school aan te passen aan de noden en
mogelijkheden van de kinderen en niet omgekeerd.
Leerkrachten gaan nadenken over de doelstellingen die ze met
het ene kind wel en met het andere kind eventueel niet kunnen
bereiken, over hun instructiewijze, over aangepaste materialen
die ze nodig hebben, over hun manier van evalueren.
Wanneer men
aanneemt dat kinderen mogen verschillen, aanvaardt men dat
zowel het leertraject als het begin - en eindpunt mogen
verschillen. Niet alle kinderen moeten op hetzelfde ogenblik
en op dezelfde leeftijd hetzelfde kunnen. En niet alle
leerlingen moeten op het einde van het schooljaar op dezelfde
wijze geëvalueerd worden. Dit veronderstelt flexibele
groeperingen van leerlingen én leerkrachten.
Om deze
uitdaging aan te vatten voorziet het ministerie van onderwijs
sinds het schooljaar 2003-2004 voor elke school een
zorgbegeleider. Hij zal samen met de directie en het team
trachten deze nieuwe uitdaging vorm te geven.

2. De
zorgbrede school
We trachten een zorgbrede school te zijn,
werken met
brede zorg voor elk kind.
Elk kind is uniek, ieder kind is verschillend. Allen hebben
ze recht op kwaliteitsvol onderwijs dat wordt gekleurd met
brede zorg.
In het kader van het schooleigen christelijk opvoedingsproject
biedt het schoolteam aan kinderen een degelijk
onderwijsaanbod. Dat beslaat verschillende leergebieden:
rooms-katholieke godsdienst, taalopvoeding Nederlands en
Frans, wiskunde, wereldoriëntatie, muzische opvoeding en
bewegingsopvoeding. Daarnaast komen ‘leren leren’ en sociale
vaardigheden ruim aan bod.
Het team zorgt voor een eigentijdse aanpak en een
stimulerend opvoedingsklimaat. Dat is doordesemd van
brede zorg voor elk kind.
Elk teamlid draagt verantwoordelijkheid voor de kinderen
van de eigen leergroep en is bekommerd om alle kinderen
van de school. Vanuit die dagelijkse zorg zoekt iedereen mee
naar wegen om elk kind zo individueel mogelijk te begeleiden.
Het schoolteam pakt die opdracht aan in nauwe samenwerking met
de ouders, die nog steeds de eerste
opvoedingsverantwoordelijkheid dragen van hun kinderen.
Zorg
dragen voor àlle jonge mensen – een zorgbrede school
In het verleden hebben wij altijd onderstreept een
kindvriendelijke school te zijn. Een school waar kinderen
echt thuis mogen zijn. Wij willen ons heel bewust tot àlle
leerlingen richten. Zowel sterke als zwakkere leerlingen
willen wij uitdagen, elk op zijn of haar niveau. Ook
leerlingen die het om één of andere reden - tijdelijk of voor
langere termijn, familiaal, persoonlijk en/of op studiegebied
- moeilijk hebben, willen wij maximale kansen geven en in de
mate van het mogelijke op maat begeleiden. Als onderwijs- en
opvoedingsinstelling moet men weten dat jongeren het in de
complexe wereld van vandaag niet gemakkelijk hebben. Dat ook
de maatschappij het hen niet altijd even comfortabel maakt…
Daarom verdienen jonge mensen een schoolomgeving waar zij zich
zo goed mogelijk kunnen voelen, waar hun welbevinden op peil
is en waar zij blijvend gemotiveerd worden om werk te maken
van de toekomst.
Een extra schouderklopje als het minder goed gaat kan
wonderen doen : “geef iemand een pluim en hij krijgt
vleugels…”. Jonge mensen stimuleren om het uiterste uit
zichzelf te halen en door te bijten, doet grenzen verleggen.
Wat extra coaching op vlak van studiemethode leert hen
efficiënter en effectiever te studeren en vergroot de kans op
succeservaringen. Een klimaat waarin ouders, leerkrachten en
directie (en alle andere betrokkenen) mekaar zien als partners
in de opvoeding van jongeren en alle kansen aangrijpen om met
mekaar in gesprek te treden... kan vele misverstanden
vermijden en zorgen voor een gerichte en efficiënte
pedagogische aanpak… Dit alles maakt een school tot een
kindvriendelijke of een zorgbrede school.
Wat betekent
dit ?
1. Dat we
preventief en remediërend werken. We trachten problemen
met kinderen te voorkomen door o.a. :
- een
degelijk kindvolgsysteem
- differentiatie : werken op het niveau van het kind
-
hoeken- en contractwerk
- het
welbevinden en de betrokkenheid te verhogen
-
regelmatig overleg met de klasleerkracht, de zorgbegeleider,
de directeur,
het CLB en de ouders
Als een kind
leer- of ontwikkelingsproblemen heeft trachten we te
remediëren door o.a. :
-
hulp
van de zorgbegeleider in te schakelen
-
een
aangepaste leerlijn voor deze leerling te maken
- differentiatie met computerprogramma’s aan te bieden
- leerlingen van klasniveau te laten dalen (of stijgen)
-
een
aangepast huistakenbeleid te voeren
2. Dat we
contact met ouders bevorderen en hen nauw betrekken in het
leerhulpproces en de ontwikkeling van hun kind :
- door
tests af te nemen op regelmatige tijdstippen, om zicht te
krijgen op eventuele leerachterstanden van het kind.
- dat
we ouders op de hoogte houden van de ontwikkeling van hun
kind. Dit doen we door een aangepast rapport. Ook nodigen we
hen tijdig uit voor een gesprek.
- dat
onze deur steeds openstaat voor ouders. Zij zijn immers de
eerste opvoeders van het kind.
- dat
we ouders laten meeleven met hetgeen in school leeft.
3.
Dat we
veel belang hechten aan het bevorderen van de schooltaal,
vaak verschillend van de thuistaal van het kind.
4. Dat we met
een
hedendaagse taal-, wiskunde-, wero- en godsdienstmethode
werken.
5. Dat iedere
klas twee afgevaardigden heeft in het leerlingenparlement.
6. Dat we
kinderen leren omgaan met het “anders zijn”.
7. Dat
kinderen in de muzische vakken
- via
creatieve expressie gevoelens leren uiten
- ervaren
dat men aanleg heeft om iets te creëren
- vreugde
beleven
- gezelschapsspelen
worden aangeleerd en in het hoekenwerk ingelast om het sociaal contact te verhogen
|
We kunnen niet van alle
kinderen dezelfde sterren maken.
Wel kunnen we er voor zorgen dat ze allemaal schitteren. |

3. Doel
van ons leerlingvolgsysteem
Het
leerlingvolgsysteem is voor ons team een hulpmiddel om het
zorgbeleid vorm te geven, om die kinderen op te sporen die
extra zorg, die onderwijs op hun maat en volgens hun
capaciteiten nodig hebben. Ons team beoogt op deze manier
gemotiveerde kinderen te ontwikkelen die graag naar school
komen en zich daar ook gelukkig voelen.

4. Kleutervolgsysteem
Het
kleutervolgsysteem onderscheidt zich van het
leerlingvolgsysteem van de lagere school, omdat het zich in de
eerste plaats richt op het ontwikkelingsproces in het kind.
We richten ons op de mate waarin kleuters zich welbevinden,
betrokken bezig zijn en op de groei van hun competenties.
4.1
Ontwikkelingsaspecten
Vanuit het ontwikkelingsplan
worden kleuters dagelijks geobserveerd.
Hun ontwikkeling in de verschillende fasen van hun
kleuter-zijn wordt bekeken op de volgende ontwikkelingsdomeinen :
* emotionele ontwikkeling
* sociale ontwikkeling
* morele ontwikkeling
* godsdienstige ontwikkeling
* muzische ontwikkeling
* motorische ontwikkeling
* zintuiglijke ontwikkeling
* denkontwikkeling
* taalontwikkeling
* ontwikkeling door zelfsturing
Verbonden daarmee wordt ook de
positieve ingesteldheid regelmatig bekeken.
4.2 Hoe worden deze
kenmerken nu geobserveerd door onze leerkrachten?
Op regelmatige basis
zullen de leerkrachten de klas screenen. Van elke leerling zal
men aanduiden hoe het met de ontwikkeling van de kleuter zit.
Daaruit
worden de kleuters weerhouden die laag scoren. De leerkrachten
zullen nu verder nagaan welke de werkpunten zijn voor deze
leerlingen.
De
klasleerkracht, het CLB, directie en zorgbegeleider zullen nu
bekijken hoe deze kleuter best begeleid wordt om zijn
ontwikkeling weer op gang te helpen.
Op dit
moment zullen de ouders ook betrokken worden. Bij problemen
worden ze uitgenodigd voor een gesprek. Hoe evolueert het kind
thuis in zijn contacten met anderen, in zijn spel, in zijn
vaardigheden? Ervaren ouders thuis gelijkaardige problemen? In
samenspraak met het schoolteam en het CLB kan er eventueel
beslist worden externe hulp op te starten.
4.3 Extra testen in
onze kleuterschool
* tweede
kleuterklas : Kobi-TV test (december – maart – juni)
* derde
kleuterklas : TALK – test (begin schooljaar), TOETER-test
(februari) en TAL-test (mei)

5. Het
leerlingvolgsysteem in de lagere school
5.1 De procedure
Volgen en
signaleren via toetsen op vaste periodes :
-
analyseren van de resultaten
-
het
opstellen van een handelingsplan, afspreken hoe we het
probleem gaan aanpakken
-
het
overleg met de klasleerkracht, het CLB, de directie, de
zorgbegeleider en eventueel externe hulpverleners
-
het
contact met de ouders
-
het evalueren, hoe verloopt de
extra hulp?
5.2 Toetsen
Deze
toetsen zijn genormeerd en gestandaardiseerd. Ze zijn op een
grote groep leerlingen uitgeprobeerd en verlopen steeds op
dezelfde manier.
Per jaar
zijn er 3 vaste toetsperioden in de lagere school.
|
Einde september
|
Begin februari
|
Einde mei
|
|
LVS
wiskundetoets B1 – 2 – 3 – 4 -5 - 6 |
LVS
wiskundetoets M1 – 2 – 3 – 4 – 5 -6 |
LVS
wiskundetoets E1 – 2 – 3 – 4 – 5 |
|
LVS
lezen B2 - 3 |
LVS
lezen M1 – 2 - 3 |
LVS
lezen E1 -2 - 3 |
|
LVS
spelling B2 - 3 – 4 – 5 – 6 |
LVS
spelling M1 – 2 – 3 – 4 – 5 - 6 |
LVS
spelling E1 – 2 – 3 – 4 – 5 |
Deze
toetsen worden verbeterd en in scores omgezet en daaruit wordt
afgeleid wie extra hulp nodig heeft.
|
ZONE
|
Hoeveel % van de proefgroep |
beoordeling |
|
A
|
25%
|
Zeer
goed
|
|
B
|
25%
|
Goed
|
|
C
|
25%
|
Voldoende
|
|
D
|
10%
|
Zwakker |
|
E
|
15%
|
Zwak
tot zeer zwak
|
Welke
leerlingen worden weerhouden voor een bespreking?
- kinderen
die in zone E zitten
-
(eventueel) kinderen die in zone D zitten
- kinderen
die bruusk afzwakken (2 zones in één keer)
- kinderen
die geleidelijk afzwakken (2 keer na elkaar één zone)
- kinderen
die steeds in zone A zitten (3 maal na elkaar)
- kinderen
die grote verschillen te zien geven tussen school- en
toetsresultaten

6. Het
leerlingenoverleg (MDO) en de betrokkenheid van de ouders
6.1 Bespreking binnen
het schoolteam
Hier wordt
de strategie afgesproken. Hoe kunnen we deze leerling best
begeleiden ?
In deze fase worden ouders ook verwittigd en uitgenodigd voor
een gesprek.
6.2 Wat als we een
ernstig probleem vermoeden?
Soms is het
nodig een kind extra te laten onderzoeken. Voorbeeld : de
toetsen geven zeer zwakke resultaten, de klasleerkracht meldt
ernstige moeilijkheden of de ouders ondervinden thuis
problemen. Dan kan bijkomend onderzoek een licht werpen op
mogelijke oorzaken : dyslexie, concentratieproblemen, ADHD,
motorische problemen, zwak geheugen, enz.
Hoe
verloopt deze procedure?
-
Deze
onderzoeken moeten gebeuren in een ziekenhuis, bij een
gediplomeerd hulpverlener of het CLB en moeten door de
ouders zelf afgesproken worden. Deze testen kunnen
verschillende sessies in beslag nemen.
-
Het CLB
of de zorgbegeleider kunnen adressen bezorgen van externe
hulpverleners.
-
Dan volgt
de testreeks, eventueel ook een IQ-test. In deze test kan
men zien welke de sterke en zwakke kanten zijn in de aanleg
van het kind.
-
De
resultaten van het onderzoek worden door de betrokken
instantie met de ouders besproken. Deze resultaten worden
ook steeds doorgestuurd naar de school, het CLB en eventuele
hulpverleners.
-
We
spreken een strategie af met alle betrokkenen.
Daarna
wordt er ook geregeld geëvalueerd : hoe verloopt de
begeleiding, waar moet er bijgestuurd worden, zijn er
vorderingen, mag de begeleiding afgerond worden?

7. De taak van enkele
teamleden
In het hele
overleg spelen enkele personen een belangrijke rol.
7.1 De klasleerkracht
Hij is
de eerste verantwoordelijke voor het kind. Hij werkt de hele
dag met de kinderen en kennen hen vanuit het dagelijks werk.
Bij hem kunnen de ouders met heel wat bekommernissen terecht.
Hij is ook diegene die de ouders het eerst aanspreken.
7.2 De directie
Deze bewaakt mee de koers en de krijtlijnen
van het zorgbeleid en zorgt dat het hele team het zorgbeleid
mee behartigd.
7.3 De zorgbegeleider
De
zorgbegeleider op onze school is Katleen Meganck. Zij
organiseert het leerlingenoverleg, brengt alle betrokken
partijen bij elkaar. Voor specifieke vragen rond de
begeleiding van problemen kunnen ouders bij haar terecht. Zij
begeleidt zelf ook individuele leerlingen of groepjes met
leerproblemen. Indien een kind bij haar in begeleiding is,
zullen overlegmomenten met haar gebeuren.
7.4 Het CLB
Volgt alle
leerlingen mee op, is aanwezig op het leerlingenoverleg en
geeft hulp en ondersteuning daar waar een bepaalde expertise
nodig is, die op school niet aanwezig is.

8. Wat kunnen ouders
doen?
Nooit
aarzelen om de school te contacteren voor meer informatie of
voor een gesprek. De oudercontacten opvolgen.
Wanneer hun
kind het moeilijk heeft, het ondersteunen, het aanmoedigen,
de koers mee bewaken.
Willen de
ouders zelf hulp bieden, moeten zij ervoor zorgen dat ze goed
weten wat de aanpak van de school is. Zo vermijden ze
verwarring bij hun kind.
De extra
ondersteuning doseren. Opletten voor overvraging van het kind.
Als de eisen te hoog liggen, kan de relatie met hun kind
verzuren en dat mag niet de bedoeling zijn.

9. Werk- en
organisatievormen
Met een
grote zorgbreedte in de klas, in de school betrachten we een
onderwijs dat gericht is naar de maximale mogelijkheden van
elk kind, naar een onderwijs op maat. Concreet wil dit zeggen
dat zoveel mogelijk leerlingen in staat gesteld worden de
basisvaardigheden van hun leeftijd te verwerven. Anderzijds
zullen we doorgroeimogelijkheden voor tempovluggere en meer
begaafde leerlingen voorzien.
Om een
zorgbrede aanpak te realiseren, dienen een aantal voorwaarden
vervuld te zijn:
§ Flexibele
organisatievormen
hanteren. In tegenstelling tot de frontale plaatsing zal een
wisselende klasopstelling een vlugge en gemakkelijke
overschakeling naar andere werkvormen mogelijk maken.
§ De
leerkrachtenstijl zal evolueren van eenzijdig doceren
naar meer stimulerende tussenkomsten, samen oplossingen zoeken
en autonomie verlenen.
§ Vele
vormen van differentiatie veronderstellen dat kinderen
zelfstandig kunnen werken. Leren plannen, het werk
organiseren en zelfcontrole dienen geleerd te worden.
§ Beschikken
over aangepast materiaal.
De leerkracht zorgverbreding organiseert samen met de klastitularis bredere, klasoverstijgende
differentiatieactiviteiten. De zorg voor elk kind
afzonderlijk staat centraal.
Zorgverbreding zal problemen van leer- en
ontwikkelingsbedreigde kinderen trachten te verhelpen. Deze
interventie vragen een zekere planmatigheid. Een
zorgverbredende aanpak is echter niet een persoonszaak maar de
zorg van het hele team.

|